Safe Haven

“Alles komt goed, al duurt het soms een beetje lang.”

Ervaringsverhaal Inge Witjes

“Ik ga hem aangeven”, zegt mijn zus. Verontwaardigd kijk ik haar aan. Wij wonen allang niet meer samen als zussen. Mijn moeder is aan borstkanker overleden en daardoor ben ik naar een pleeggezin gegaan. 
Dus toen mijn zus bij mij langskwam was ik verrast. Niet alleen door haar vastberadenheid maar ook dat ik haar aantrof in de woonkamer toen ik uit school kwam. “Wat hij gedaan heeft is gewoon heel erg fout!”
Heel eerlijk gezegd viel bij mij totaal het kwartje niet. Ik had echt geen idee waar ze het over had. Beamen kon ik het wel dat het leven binnen ons gezin niet veilig was, maar dat linkte ik vooral aan de lichamelijke mishandeling en de geestelijke tirannie. 

Ik ben misbruikt vanaf mijn 8e tot mijn 14e jaar. Iedere vrijdagavond onder de douche door mijn stiefvader. Ik had lange haren en mijn moeder hielp daar altijd mee met uitspoelen. Totdat ze door haar ziekte haar linkerarm niet meer op kon tillen. Daar heeft hij zijn kans genomen om het douche-ritueel te starten. Voor het douchen werd ik uitgedaagd te stoeien. Alleen ik werd zo opgejaagd dat het stoeien over ging tot vechten. Hij deed mij heel veel pijn. Mijn stiefvader genoot daarvan. Hij ging zelfs meedoen. Dan liet hij zich op handen en knieën zakken en greep mij op plekken waar hij niet hoorde te zijn en deed hij mij met opzet pijn. Voor je het wist zat ik op mijn knieën geknield voor de provisiekast een versje te roepen waar hij helemaal in opging. En neem maar aan dat ik het zei, want als ik weigerde kneep hij mijn vingers zo hard in een vuist met de vingers naar binnen dat ik geen keus meer had. Op het punt dat ik dan helemaal bezweet en uitgeput was, werd de gang naar boven gemaakt. Hij ging dan zitten op de grond en liet zich uitgebreid wassen. Hij vertelde er dan een verhaaltje bij dat dit een hele belangrijke taak was, want zo wist ik hoe ik mijn man kon wassen later als ik groot ben. Ook tijdens het afdrogen was ik genoodzaakt een stap achteruit te doen. Hij genoot daar enorm van dat ik altijd probeerde om niet tegen zijn blijdschap aan te komen. Wellicht kan je je voorstellen als dit zich iedere week herhaalt en niemand hier vragen over stelt dat ik geen idee had dat hij dit niet behoorde te doen. 

Dat besef kwam hard aan tijdens de aangifte op het politiebureau. Dan worden er vragen gesteld en wordt het persoonlijk en ingewikkeld. Want naarmate je meer gaat vertellen komt het besef pas dat hij echt over mijn grens heen is gegaan. Nadat ik aangifte had gedaan werd er slachtofferhulp aangeboden. Een lieve mevrouw die mij steunde tijdens de rechtszaken en daarbuiten. Het gevecht wat ik met mijzelf heb gevoerd ging pas echt van start toen alles achter de rug leek. Mijn stiefvader ging uiteindelijk de gevangenis in.
De hulp van slachtofferhulp wordt op een gegeven moment afgebouwd en dan mag je het zelf doen. Maar voordat ik realiseerde dat ik in een depressie was beland was ik niet meer in staat om de dag normaal door te komen.
Ik bleef liever in mijn bed.

Het heeft mij zeker twintig jaar vechten gekost om te zijn waar ik nu ben en dat de dagen geen diepe dalen en hoge bergen meer kennen. Ik heb geaccepteerd dat ik mindere dagen heb. Ik vecht er niet meer tegen. Hierdoor behoud ik mijn energie en mag ik mijzelf omarmen om wie ik ben.
Mijn levensmotto is geworden: “Alles komt goed, al duurt het soms een beetje lang.” Dat ik mijn verhaal mag delen met jullie vind ik waardevol.
Ik dank Rona voor de ruimte om mijn verhaal te delen.

Lieve groetjes,

Inge Witjes